Boek
Nederlands

Xenomorf

Jens Meijen (auteur)
Eerste bundel met 30 gedichten van de eerste Belgische 'Jonge Dichter des Vaderlands'.
Onderwerp
Maatschappij
Titel
Xenomorf
Auteur
Jens Meijen
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2019
79 p.
ISBN
9789403171104 (paperback)

Besprekingen

De mens: half beest half byte

In Xenomorf schetst de jonge debutant Jens Meijen een alarmerend toekomstbeeld. Dit is poëzie van de 21e eeuw, die zich afvraagt wat er in de 22e nog van ons zal resten.

Als de eerste Jonge Dichter des Vaderlands op slechts 23-jarige leeftijd bij een gerenommeerde uitgeverij debuteert, zijn de verwachtingen vanzelfsprekend hooggespannen. Jens Meijen lost ze in zijn bundel Xenomorf met verve in, misschien juist omdat zijn poëzie zo onbezonnen is.

De bundel opent met een motto van Kurt Vonnegut, die op komische wijze de pasgeborenen dezer aarde toespreekt: 'God damn it, you've got to be kind.' Die woorden zijn Meijen - als spreekbuis van zijn generatie - uit het hart gegrepen, want hij had de democratische arena nog maar net betreden toen Donald Trump de Amerikaanse politiek op zijn kop zette en de klimaatcrisis definitief losbarstte. In het openingsgedicht 'Gilgamesj', betekenisvol vernoemd naar het Sumerische oerepos, onderstreept de dichter dat het hem in Xenomorf menens is. Waar Gilgamesj en Enkidoe nog heldhaftige daden konden verrichten in het cederwoud, schrijft Meijen zijn verzen in de tijd van Jaïr Bolsonaro: 'Als de Amazone…Lees verder

De eerste Belgische ‘Jonge Dichter des Vaderlands’ , Jens Meijen, is amper 23 jaar en reeds redacteur bij Humo, Greenpeace Belgium, DW B én doctorandus letterkunde aan de KU Leuven. Zijn debuutbundel bevat 30 gedichten onder de titel ‘Xenomorf’, dat op zich reeds een gedicht is (p.32). Diepe treurnis, zwartgalligheid en weemoed: ‘De geschiedenis van de mens / is het mondjesmaat doorgeven / van verdriet / als emmers water’ (p.14) en keiharde realiteit: ‘Wat wij droegen van de dieren zullen zij van ons dragen: / chipszakken, snoepverpakkingen / als rokken over schubben en veren’ (p.8). Letterlijke passages uit Google, Wikipedia, songteksten en bedenkingen ontmoeten verzen als: ‘Vogels vallen door de kruinen van / openwaaierende bomen / rekken de evolutie uit / tot een parabool. / Er groeien sparren op de richels van je rug’ (p.35). Dertig gevechten van een briljant woordkunstenaar tegen onverdraagzaamheid, kleurloosheid, eenzijdigheid. Het wondermooie gedicht ‘Grondbeginsel’ sluit deze…Lees verder

Heel erg een dichter van nu

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

De tijd is rijp voor poëzie, zeker nu 'Madrid' deze winter met een slap akkoordje opnieuw bewees dat politieke grootmachten de ernst van de klimaatcrisis weigeren te zien. En dat terwijl het te warm wordt, poolijs smelt en eilanden verdwijnen in zee.

Maar het is misschien ook lastig een voorstelling te maken van hoe de wereld, ons land, je woonplaats, er over een jaar of twintig bij zal liggen. Goed dus dat er dichters zijn die de rol van ziener op zich nemen. De jonge Jens Meijen (1996) is zo'n 'waarzegger'. Het toekomstbeeld dat hij in zijn debuut voorspiegelt, is er één om meteen van uit je auto te springen:

"Iedereen is vertrokken naar koelere plekken, / waar mensen elkaar niet de kop inslaan voor een glas water. / Het zal niet lang meer duren

of ook de bergen zullen vluchten / naar landen waar ze niet welkom zijn."

'Xenomorf' is dan zijn eerste bundel, in Vlaanderen is Meijen geen onbekende. Hij publiceert regelmatig in tijdschrif…Lees verder